Powered by BinTech

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player


feed-image RSS Abonnement
Welkom op de site van Katrien Partyka
Welkom op de site van Katrien Partyka
Federaal volksvertegenwoordiger

Energie - Verzekeringen - Consumentenbescherming - Wetsvoorstellen - vragen en tussenkomsten in het parlement

Nieuws

Gaswet aangepast de Europese regelgeving.

De Kamercommissie Bedrijfsleven keurde op 19 januari mijn wetsvoorstel goed dat de gaswet in overeenstemming brengt met de nieuwe Europese richtlijn 2009/73. Er mag voortaan geen onderscheid meer gemaakt worden tussen transitvervoer en vervoer van aardgas bestemd voor het Belgisch grondgebied.

Het Europees recht verplicht sedert 2004 de lidstaten om dezelfde tarieven te hanteren voor gasvervoer, ongeacht of dat vervoer nu bestemd is voor doorvoer naar een andere lidstaat dan wel of het bestemd is voor het nationale grondgebied. Er werd wel een uitzondering gemaakt voor de zogenaamde ‘historische contracten’, d.w.z. doorvoercontracten aangegaan voor 1 juli 2004.

Op 8 oktober 2009 stelde de Europese Commissie België in gebreke omdat de op 10 maart 2009 gewijzigde gaswet toeliet om aan gebruikers van het gastransportnet aparte tarieven voor doorvoer te blijven hanteren.

Omwille van de rechtszekerheid keurden de meerderheidspartijen het behoud van de uitzondering voor de historische doorvoercontracten goed tot de volledige omzetting van richtlijn 2009/73, en ten laatste op 3 maart 2011 (dit is de uiterste datum waarop de nieuwe richtlijn moet omgezet worden in nationaal recht).

In de wet van 10 maart 2009 werd met een interpretatieve bepaling gedefinieerd welke contracten precies als "historisch" moesten beschouwd worden. Omdat de Europese Commissie stelt dat het aan de nationale rechter toekomt om te bepalen welke contracten nog onder het oude doorvoerregime vallen werd deze interpretatieve bepaling geschrapt.

Wetsvoorstel schuldsaldoverzekeringen voor chronisch zieken en kankerpatiënten goedgekeurd – ongeveer 15000 mensen kunnen zich voortaan verzekeren

Meerderheid en oppositie keurden op 3 december in de Kamer unaniem mijn wetsvoorstel goed dat het voor chronisch zieken en (ex-)kankerpatiënten gemakkelijker maakt een schuldsaldoverzekering aan te gaan.

Luister hier naar het interview op Radio 1 (Peeters & Pichal) van 3 december.

Achtergrond en werking.

Eén van de meest ernstige problemen bij het bekomen van een woonkrediet is dat niet alleen chronisch zieken zoals diabetici maar ook (ex-) kankerpatiënten het moeilijk hebben om een schuldsaldoverzekering te krijgen. Kankerpatiënten, zelfs indien ze genezen worden beschouwd, kunnen hierdoor niet lenen om een huis te kopen. Consumenten -en patiëntenorganisaties – o.m. Test Aankoop en het Vlaams Patiëntenplatform – vroegen al lang om een oplossing, en hebben actief meegewerkt bij het tot stand komen van de nieuwe regeling.

 

De wet omvat twee aspecten om de toegang tot schuldsaldoverzekeringen voor een hypothecair krediet te bevorderen. Enerzijds is het de bedoeling tot een betere marktwerking te komen omdat de verzekeraars duidelijke informatie moeten geven:

  • Zij moeten de premies opsplitsen in basispremie en “bijpremie” (dit is de extra premie die de consument moet betalen omwille van zijn verhoogd gezondheidsrisico): hierdoor kan de consument de voorstellen van verschillende verzekeraars beter vergelijken. Bv. voor suikerziekte zal verzekeraar X wellicht een bijpremie aanrekenen, terwijl verzekeraar Y géén of een lagere bijpremie aanrekent.
  • De consument kan vragen dat wordt nagegaan of de aangerekende bijpremie medisch verantwoord is. Hij kan dit vragen via de herverzekeraar of via een Opvolgingsbureau dat paritair is samengesteld uit consumenten, patiënten en verzekeraars en onder leiding staat van een magistraat. De beslissing van het Bureau is bindend. Bv. Voorgestelde basispremie 500 euro per jaar, bijpremie 400 euro. Consument is lid van Test Aankoop, deze schakelt het Opvolgingsbureau in (via vertegenwoordiger consumenten). Het bureau beslist dat de bijpremie maar 200 euro is, de verzekeraar moet dit volgen. Indien het bureau beslist dat de bijpremie correct is kan de verzekeraar zijn voorstel behouden.

Anderzijds wordt voor sommige moeilijk verzekerbare personen een solidariteitsmechanisme gecreëerd. Het Opvolgingsbureau zal dan onder een aantal voorwaarden een basisverzekering kunnen toestaan voor een verzekerd bedrag van maximaal 200 000 euro.

Het principe dat er géén absoluut recht op verzekering gecreëerd wordt, blijft. Een aantal gezondheidssituaties zullen immers steeds onverzekerbaar zijn (bv. patiënten met korte levensverwachting …).

Het voorstel geeft ook aan consumenten, patiënten en verzekeraars zes maanden de tijd om een regeling uit te werken. Pas indien zij geen akkoord bereiken treedt de wet in werking.

Ik verwacht – op basis van cijfers van de kredietcentrale van de Nationale Bank en buitenlandse ervaringen – dat ongeveer 15000 mensen per jaar hierdoor makkelijker een woonkrediet kunnen bekomen.

Kliek hier om naar de tekst van het goedgekeurde voorstel gaan.

Waarom de Vlaamse hospitalisatieverzekering geen oplossing is voor onbetaalbare premies.

Ongeveer driekwart van de Belgen gingen de voorbije jaren een aanvullende hospitalisatieverzekering aan omdat de wettelijke ziekteverzekering steeds minder terugbetaalt. Hiervoor zijn er twee belangrijke redenen. Enerzijds de structurele onderfinanciering van de ziekenhuizen die dit pogen op te vangen door het aanrekenen van erg hoge ereloonsupplementen in eenpersoonskamers. Anderzijds is er het dure medisch materiaal dat niet wordt terugbetaald door de wettelijke ziekteverzekering.

Aanvullende verzekeringen werden echter ook op hun beurt steeds duurder. De wet Verwilghen poogde in 2007 op een onhandige manier een oplossing te creëren voor de steeds duurder wordende hospitalisatieverzekeringen. In de praktijk liepen hierbij vooral voor oudere consumenten de premiestijgingen nog verder op, waardoor velen zich genoodzaakt zagen hun verzekering stop te zetten.

De verleiding is groot om met een Vlaamse hospitalisatieverzekering een oplossing te zoeken voor de federale problemen in de sociale zekerheid en de verzekeringswetgeving.

Een Vlaamse hospitalisatieverzekering is een pleister op een houten been en biedt geen structurele oplossing voor deze vorm van oneigenlijke financiering van ziekenhuizen via ereloonsupplementen en het dure medisch materiaal. Integendeel, dit kan net leiden tot een verdere verspreiding van de oneigenlijke financiering via dure erelonen en supplementen bij tot nu toe nog relatief zuinige Vlaamse ziekenhuizen, of tot het bestendigen van de dure supplementen.

Het invoeren van een Vlaamse hospitalisatieverzekering is administratief complex, vooral de manier waarop je die verzekering moet invoeren in Brussel en ze moet inpassen in de Europese regels van het vrij verkeer van diensten en personen. Weliswaar wordt hierbij verwezen naar het model van de Vlaamse zorgverzekering – waarbij na heel wat juridische procedures een sluitende regeling tot stand kwam. Maar omdat de hospitalisatieverzekering in Brussel nooit verplicht kan worden zal de Vlaamse overheid daar bij het aanbieden van de hospitalisatieverzekering – veel meer dan voor de zorgverzekering – geconfronteerd worden met het risico op de zogenaamde "anti-selectie". Dit betekent dat de "slechte risico’s" (bijvoorbeeld oudere Brusselaars) zich aansluiten bij de verzekering om er beroep op te kunnen doen, terwijl de "goede risico’s" (jonge Brusselaars) zich niet aansluiten en dus geen bijdragen betalen. De Vlaamse hospitalisatieverzekering zou m.a.w. door de invoering in Brussel tot een financieel debacle kunnen leiden.

Een ander aspect is hoe die Vlaamse hospitalisatieverzekering in de bestaande verzekeringswetgeving – die federaal is – moet ingepast worden. Nogal wat Vlaamse consumenten zullen immers dubbel verzekerd zijn: via hun privé-verzekeraar en via de Vlaamse verzekering. Dit zou er toe kunnen leiden dat de verzekeraars voor Vlaamse consumenten minder kosten hebben, maar zullen de consumenten daarom een premievermindering krijgen? Het zou integendeel net kunnen leiden tot een soort subsidiëring van de privé-verzekeraars voor hun Vlaamse klanten.

Er is nog de vraag wat de impact is op het sociaal overleg en de afspraken tussen werkgevers en werknemers. De voorbije jaren werd immers in heel wat CAO’s een hospitalisatieverzekering voorzien. Zullen werkgevers nog een hospitalisatieverzekering aanbieden wetende dat hun Vlaamse werknemers een hospitalisatieverzekering van hun gewest hebben? Wat met de Waalse of Brusselse werknemers binnen het bedrijf? Of toch maar de Vlaamse werknemers verzekeren – die dan dubbel verzekerd zijn?

Last but not least: wat is het maatschappelijk draagvlak voor de aanvullende hospitalisatieverzekering in Vlaanderen. Zullen werknemers die – in Vlaanderen wellicht verplichte bijdrage voor de hospitalisatieverzekering – niet beschouwen als weer een belasting? Vlaamse werknemers die al verzekerd zijn zullen zich afvragen waarom ze nog eens moeten betalen. En hoe in je die belasting? Is die forfaitair – zoals de zorgverzekering – dan is ze in se onrechtvaardig, want niet gemoduleerd naar het inkomen. Is ze i.f.v. het inkomen, dan wordt het administratief weer complex om de premie te innen.

Laat ons beginnen met te zoeken naar een structurele oplossing voor de financiering van de sociale ziekteverzekering – zodat de misbruiken inzake erelonen en supplementen eindelijk verdwijnen. Vlaanderen kan zijn financiële middelen dan beter gebruiken om de talrijke noden die er zijn in de gezondheids- en welzijnssector verder aan te pakken.

  

 Energie

De woningen in Vlaanderen moeten energiezuiniger. Huisvestingsmaatschappijen moeten hun sociale woningen energiezuiniger (ver)bouwen. Ook huurwoningen moeten efficiënter, en kleine eigenaars moeten gestimuleerd worden in hun woning te investeren. Consumenten moeten beter beschermd worden en de energiemarkt moet meer concurrentieel en vooral doorzichtig worden.

Hoewel de fiscale aftrekbaarheid van energiebesparende maatregelen op het eerste zicht een goede zaak lijkt, is dit in het nadeel van de lage inkomensgroepen die weinig belasting betalen. De federale fiscale voordelen moeten vervangen worden door gewestelijke premies (waar de Vlaamse overheid ondertussen al een eerste aanzet deed door het toekennen van premies voor burgers met een te laag inkomen). Dit biedt de mogelijkheid de premies eenvoudiger en rationeler te maken, want nu is het voor de consument allemaal toch wel erg ingewikkeld is, terwijl op bepaalde punten sprake is van over-subsidiëring, bijvoorbeeld voor zonne-energie.

In de gas- en elektriciteitssector moet samen met de federale overheid werk gemaakt worden van een echt vrije energiemarkt. De bescherming van de consument moet ernstig geëvalueerd worden. De federale ombudsdienst energie moet eindelijk echt van start gaan. Het principe van het uniek loket is hierbij erg belangrijk: consumenten moeten met al hun vragen en klachten terecht kunnen bij de ombudsman, los van welk beleidsniveau of welk bedrijf nu precies bevoegd is voor het probleem.

Ook de automatische toekenning van de sociale tarieven voor gas en elektriciteit moet gerealiseerd worden.

 Energie - nieuws

Ik ondervroeg in de plenaire zitting van 4 juni 2009 de minister van Klimaat en Energie over de 'windfall profits' en de doorrekening van de emissierechten:
 
Katrien Partyka (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, in mei 2008 komt de CREG met een studie naar buiten waarin staat dat onze bedrijven 1,2 miljard euro hebben betaald voor CO²-emissierechten die de elektriciteitsproducenten gratis hebben gekregen.
 
U maakte zich toen heel sterk. Indien er geen onderhandelde oplossing zou komen, zou de regering dwingende maatregelen treffen. De voornoemde 1,2 miljard euro zou worden terugbetaald en bovendien zou een dergelijk gegoochel in de toekomst niet langer mogelijk zijn.
 
Vandaag blijkt echter dat in 2008 door onze bedrijven opnieuw 328 miljoen euro te veel is betaald. Er is nochtans in de verste verte geen sprake van een onderhandelde oplossing en nog minder van een terugbetaling.
 
Wat is het probleem, mijnheer de minister? Wil u niet of kunt u niet?
(...)
 
Minister Paul Magnette (Frans): Laten we de klok even terugdraaien. Een jaar geleden ontvingen we de eerste, hypothetische ramingen van de CREG. Op grond daarvan heb ik
geantwoord dat we een tweesporenbeleid dienden te voeren. Enerzijds dienden die ramingen via een betrouwbare methode bevestigd te worden. Daartoe hebben we de CREG toegang verleend tot de rekeningen opdat ze haar berekeningen zou kunnen bevestigen en verfijnen. Anderzijds zal ik de minister van Financiën vragen een belasting in te voeren om die onterechte winsten in het kader van de volgende begroting terug te vorderen. Het is onaanvaardbaar dat ondernemingen de gratis emissierechten die ze hebben gekregen, in hun facturen doorrekenen.
Ik zal erop toezien dat de aldus geïnde bedragen de benadeelde consumenten ten goede zullen komen, met name door ervoor te zorgen dat het energieverbruik voor particulieren en ondernemingen zal dalen. Het VBO heeft zich namens de bedrijven ertoe verbonden hun energieverbruik te doen dalen opdat België een modelstaat zou worden.
Ondertussen kunnen de partijen het overleg dat ze opgestart hebben, ongehinderd voortzetten. Het is hoog tijd dat de minister van Financiën een belastingvoorstel indient.
 
Katrien Partyka (CD&V): Mijnheer de minister, de CREG heeft het probleem aangehaald en aan de regering voorgelegd en de regering stuurt het terug naar de CREG. Het gaat heen en weer. Krachtdadig optreden is wat anders.
 
Ik vrees dat onze bedrijven, die dagelijks een groot concurrentienadeel ondervinden door de hoge energieprijzen, daar weinig boodschap aan hebben. De teller staat ondertussen op 2 miljard euro onterecht betaalde bijdragen.
 
U zegt nu – ook wel vrij laat – dat u aan de minister van Financiën zult vragen om een ontwerp te maken. We wachten af. (...)

Bron: integraal en beknopt verslag (vertaling) Kamer van volksvertegenwoordigers

Bekijk hier de beelden van de plenaire vergadering van 4 juni 2009.

 Verzekeringen

Reactie op de vaststellingen van Test Aankoop over de dure schuldsaldoverzekeringen voor diabetici.

 In zijn persbericht van 26 augustus klaagt Test Aankoop terecht aan dat diabetici voor een schuldsaldoverzekering veel meer betalen dan andere consumenten. Katrien Partyka kan de vaststellingen van Test Aankoop alleen maar beamen. Ze heeft al twee wetsvoorstellen ingediend om schuldsaldoverzekeringen betaalbaar te houden voor diabetici en chronisch zieken.

Eén van de ernstigste problemen is dat niet alleen chronisch zieken zoals diabetici maar ook (ex-) kankerpatiënten het moeilijk hebben om een schuldsaldoverzekering te krijgen. Kankerpatiënten bijvoorbeeld, zelfs indien ze als genezen worden beschouwd, kunnen hierdoor veel moeilijker lenen om een huis te kopen. Ofwel worden ze gewoon geweigerd door de verzekeraar, ofwel worden heel hoge “bijpremies” gevraagd, wat in de praktijk op een weigering of een erg dure verzekering neerkomt. Bijkomend probleem is dat de verzekeraars weinig of geen informatie geven over de redenen waarom iemand precies geweigerd wordt of een hogere premie moet betalen.

Nochtans is het overlijdensrisico bij vele ziektes, bijvoorbeeld diabetes, niet of nauwelijks hoger dan voor gezonde mensen. Ook zijn vele soorten kanker vrij goed geneesbaar, maar zelfs aan ex-patiënten die bijvoorbeeld al tien jaar genezen zijn, wordt een verzekering geweigerd terwijl het risico op overlijden erg beperkt is.

Deze problematiek wordt al geruime tijd ook aangekaart door de VLK (Vlaamse Liga tegen Kanker) en het Vlaams Patiëntenplatform. Sinds enkele maanden ligt een wetsvoorstel voor in de commissie Bedrijfsleven, ingediend door Katrien Partyka (mede ondertekend door Servais Verherstraeten (CD&V), Joseph George (CdH), Sofie Staelraeve & W.F.Schiltz (VLD), David Clarinval (MR), Freya Vandenbossche (SPa) om het gemakkelijker te maken een schuldsaldoverzekering te bekomen.

Het is de bedoeling dat dit gebeurt via een zogenaamd “tariferingsbureau”. Dit bureau moet bepalen in welke gevallen mensen met een verhoogd risico toch recht hebben op een verzekering, en ook of daar eventueel een hogere premie mag voor gevraagd worden. Alle verzekeraars moeten deze verzekering aan de voorwaarden van het tariferingsbureau aanbieden aan mensen aan wie ze een “gewone” verzekering weigerden.

Verder wordt in het voorstel een grotere openheid van de verzekeringsmaatschappijen nagestreefd, ze moeten:

- een in overleg met de patiënten en mutualiteiten opgestelde standaard medische vragenlijst gebruiken (nu zijn die vragen soms erg gedetailleerd en onduidelijk);

- duidelijk uitleggen waarom ze de verzekering weigeren of een hogere premie vragen;

- informatie geven over de manier waarop een verzekering aan de voorwaarden van het tariferingsbureau kan bekomen worden.

De commissie voor de verzekeringen (een adviescommissie met vertegenwoordigers van verzekeraars en consumenten/patiënten) heeft over de voorstellen ondertussen advies uitgebracht. In de commissie Bedrijfsleven bestaat er over de partijgrenzen heen een consensus om dit voorstel te bespreken, desgevallend te amenderen en goed te keuren.

Het voorstel werd ondertussen op 3 december 2009 unaniem goedgekeurd in de plenaire vergadering van de Kamer.

Bekijk hier het wetsvoorstel

 

De gedragscode hospitalisatieverzekeringen – een bescheiden stap vooruit in het zoeken naar betaalbare hospitalisatieverzekeringen. 

 De wettelijke ziekteverzekering zou in principe de belangrijkste medische kosten en supplementen moeten terugbetalen. De realiteit is jammer genoeg anders, bijna driekwart van de bevolking heeft een hospitalisatieverzekering bij het ziekenfonds of een verzekeringsmaatschappij (vaak via de werkgever).  Met de privé hospitalisatieverzekeringen waren er nogal wat problemen: de premies bleken immers steeds duurder te worden, en contracten van verzekerden (ouderen) die te vaak een beroep deden werden opgezegd. In 2007 werd een eerste poging gedaan om de sector te reguleren door een aanpassing van de verzekeringswet, zo werd bijvoorbeeld bepaald dat de verzekering levenslang geldig bleef.

 Er bleken onmiddellijk diverse problemen met de wet.  Het invoeren van het levenslang karakter van de hospitalisatieverzekering leidde er toe dat de verzekeraars hun klantenbestand “opkuisten” door forse premieverhogingen voor oudere consumenten, zodat deze mensen zich verplicht zagen hun contract te beëindigen, zelfs al hadden ze jarenlang premies betaald.  Personen boven 65 jaar en zeker zeventigers en tachtigers konden nergens meer terecht voor een verzekering, noch bij andere verzekeraars, noch bij de ziekenfondsen. 

 In het voorjaar werd een eerste aanzet gegeven tot een verbetering van de verzekeringswet maar er blijven toch heel wat onvolkomenheden.  CD&V heeft er via mij consequent op gehamerd dat er een oplossing moest komen voor de 65-plussers die niet meer verzekerd waren.  Na  mijn maandenlang aandringen werd op 16 juli eindelijk de al sedert november door Minister Reynders beloofde gedragscode hospitalisatieverzekeringen gepubliceerd. Het is de bedoeling van de gedragscode een oplossing te zoeken voor de 65-plussers die met sterk gestegen premies geconfronteerd werden, en die wegens hun leeftijd nergens meer terecht kunnen voor een hospitalisatieverzekering.  Er moet ook opgemerkt worden dat het een zogenaamde “eenzijdige” gedragscode betreft, dit wil zeggen dat ze door Assuralia (de beroepsvereniging van de verzekeringondernemingen) werd uitgevaardigd zonder akkoord of overleg met consumenten- of patiëntenorganisaties.

 De gedragscode heeft twee luiken:

1. Een permanent luik:  de verzekeraars engageren zich om aan verzekerden voor wie de premie voor een eenpersoonskamer te duur is een goedkopere verzekering – met minder dekking – aan te bieden, dit zonder wachttijd of medisch onderzoek.  De code bepaalt dat dit enkel geldt voor reeds verzekerde klanten, niet voor verzekerden die eventueel hun contract hebben stopgezet.

 2. Een tijdelijk luik (tot 30 september 2009): verzekerden vanaf 65 jaar die hun hospitalisatieverzekering beëindigden tussen 1 januari 2008 en 1 juli 2009 kunnen een goedkopere verzekering – met minder dekking – bekomen. Hierbij zal rekening gehouden worden met de gezondheidstoestand van de verzekerde op het ogenblik van het aangaan van het oude – ondertussen beëindigde – contract.  Dit betekent m.a.w. dat de betrokken personen géén nieuwe wachttijd of medisch onderzoek moeten ondergaan, niettegenstaande ze wegens het stopzetten van de oude polis een tijdje niet verzekerd waren.  De nieuwe verzekering dekt echter geen schadegevallen die zich voordeden tijdens de periode dat de consument geen verzekering meer had.

Deze mogelijkheid blijft enkel bestaan tot 30 september 2009, en geldt niet voor verzekeraars die eventueel al eerder aan de verzekerden een alternatieve goedkope verzekering aanboden.  

Hoewel er nog heel wat vragen zijn over de gedragscode kunnen consumenten die hierin geïnteresseerd zijn best zo snel mogelijk contact opnemen met hun verzekeraar. De voorgestelde oplossing lijkt zeker niet ideaal, maar ze is beter dan niets.

De gedragscode hospitalisatieverzekeringen is terug te vinden op www.assuralia.be rubriek “gedragscodes”.

 

Consumentenbescherming

Gerechtsdeurwaarders en invordering van schulden.

Je kunt je rekeningen niet meer betalen, of je wilt om een of andere reden een factuur niet betalen. Op een dag krijg je een brief van een gerechtsdeurwaarder. Als de deurwaarder je voor de rechtbank daagt mag hij een aantal kosten aanrekenen die wettelijk bepaald zijn. Wat als hij je daarentegen niet voor de rechtbank dagvaardt? Wat mag hij aanrekenen en wat niet?  Consumenten, schuldbemiddelaars en OCMW’s vragen al lang dat voor gerechtsdeurwaarders dezelfde regels gelden als voor de zogenaamde incassokantoren. Een wetsvoorstel dat ik indiende vormde de basis voor de herziening van de wetgeving hierover; de nieuwe regels werden opgenomen in de economische herstelwet en zijn ondertussen van toepassing.  Maar denk er ook aan dat je best professionele hulp zoekt als je je rekeningen niet meer betaald krijgt.

Strengere en duidelijker regels voor kredietreclame.

"Bij ons een lening, zelfs bij loonbeslag of financiële moeilijkheden". "Gemeld op de zwarte lijst, te veel kredieten: wij hebben de oplossing: centraliseer uw schulden in een hypotheek-lening". "Leen tot 50 000€, geen lastige vragen".  De wet op het consumentenkrediet heeft een aantal achterpoortjes waardoor zo een reclame nog altijd mogelijk is. Ik heb een voorstel ingediend om de wet te verduidelijken en ook voor hypotheekleningen strengere reclameregels in te voeren. Want jammer genoeg blijven kredieten nog altijd een van de belangrijkste oorzaken van schuldoverlast.

Consumentenbescherming - nieuws

Toch een onderzoek naar koppelverkoop.

Minister voor Ondernemen Vincent Van Quickenborne verklaarde mij op 24 juni dat hij nu toch de economische inspectie een onderzoek laat doen naar de koppelverkoop van gsm-toestellen en abonnementen. Eerder wekte de minister de indruk dat hij een klacht van Unizo hierover tegen twee bedrijven niet zou laten onderzoeken.  Ondertussen moet de wet op de handelspraktijken dringend aangepast worden, na een Europees arrest is er immers grote onduidelijkheid over wat nu precies mag en niet mag.  De minister verklaarde mij in de Commissie Bedrijfsleven:

Mijnheer de voorzitter, zoals mijn collega zegt, hebben twee winkels de wet aan hun laars gelapt sinds het arrest van 23 april door verschillende producten aan te bieden die tegelijkertijd moeten worden gekocht. Er was de klacht van Unizo tegen die koppelverkoop. U zei dat u een onderzoek weigerde. U verklaarde in Het Laatste Nieuws van 17 juni dat koppelverkoop legaal is en dat de klacht niet zou worden onderzocht op koppelverkoop.

Dit laatste is een belangrijke nuance want u zegt niet dat de klacht niet zal worden onderzocht, maar enkel dat de klacht niet zal worden onderzocht op koppelverkoop. Unizo heeft hierop geanticipeerd want zij diende klacht in tegen de koppelverkoop op basis van de algemene norm inzake eerlijke handelspraktijken en niet op basis van het zogenaamd verboden gezamenlijk aanbod.

Bent u niet wat snel met te verklaren dat koppelverkoop legaal is en nog sneller om te zeggen dat de klacht niet zal worden onderzocht? Er zijn toch voldoende redenen om een onderzoek te laten uitvoeren? De twee telefoniekits waarvan sprake bevatten mogelijkerwijs ook andere overtredingen van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken. 

Ten eerste, er is het algemeen verbod op oneerlijke handelspraktijken tegenover concurrenten. Door bewust of zelfs provocerend de wet te overtreden handelen beide bedrijven oneerlijk tegenover hun concurrenten en kan er mogelijk sprake zijn van oneerlijke concurrentie terwijl de collega's die de wet respecteren eigenlijk worden gestraft.

Een tweede reden waarom een onderzoek wenselijk zou zijn, is dat de twee bedrijven en de minister ervan uitgaan dat de koppelverkoop van gsm en abonnement zal worden toegelaten. Dat is tot nader order nog altijd het terrein van de wetgever. Wat als het Parlement het verbod op koppelverkoop hier behoudt? De nieuwe wetgeving kan bijvoorbeeld bepalen dat de algemene norm wordt toegelaten, maar dat bepaalde vormen ervan worden verboden zoals gsm en abonnement. U stelt zich dus wel heel snel in de plaats van de wetgever.

Daarnaast kan er ook sprake zijn van andere overtredingen zoals bijvoorbeeld de verkoop met verlies op een product. De gsm's worden gratis of aan 1 euro verkocht. Dat kan bezwaarlijk een correcte prijs worden genoemd.

Tot daar een eerste element over de inhoud, de klacht of de eventualiteit van een onderzoek.

Een tweede element gaat over de rol van de minister in dat onderzoek. De algemene directie Controle en Bemiddeling heeft twee bazen: de minister en de procureur-generaal. Tot nader order denk ik dat de minister geen onderzoek kan tegenhouden of verbieden indien dit zou gebeuren, bijvoorbeeld in opdracht van het parket.

U kunt vragen om iets te onderzoeken want u hebt een positief injunctierecht, maar u kunt niet vragen om geen onderzoek te doen. Het lijkt ook aangewezen om u daar als minister enigszins terughoudend op te stellen en ambtenaren in sereniteit en objectiviteit een onderzoek te laten doen om de werking van uw eigen diensten op die manier ook niet in het gedrang te brengen.  Trouwens, als Unizo een klacht bij het parket zou indienen, kan de procureur dit sowieso laten onderzoeken door de economische inspectie en kan niemand dat tegenhouden.

Mijnheer de minister, ik heb hierover enkele vragen. Handhaaft u uw standpunt met betrekking tot de klacht van Unizo tegen de koppelverkoop op basis van de algemene norm inzake handelspraktijken, met name dat de klacht niet zal worden onderzocht? Wat is de stand van zaken en de timing van het wetsontwerp inzake de handelspraktijken? U hebt al meermaals aangekondigd dat u een ontwerp zou indienen. De aanpassing van de wetgeving is dringend, gezien de Europese rechtspraak. Welke aanpassingen zult u doen als u met dat ontwerp komt? (...)

De vraag was onder meer of u bij uw standpunt blijft dat er geen onderzoek komt naar de klacht over koppelverkoop. Er zijn een hele hoop redenen opgesomd waarom dat onderzoek wel zou kunnen of moeten plaatsvinden, niet het minst omdat u zich anders in de plaats stelt van de wetgever, wat u toch niet zou willen, denk ik. Daarom vraag ik u in de eerste plaats of u bij uw standpunt blijft dat er geen onderzoek komt naar die klacht.

Ten tweede kom ik op dat ontwerp. U zegt dat u moest wachten op het arrest enzovoort. U moest helemaal op niets wachten. U bent al twee jaar minister. De problematiek is hangende sinds de vorige legislatuur. Ik denk dat er meer nodig is dan gewoon overleg en dat u eindelijk met een ontwerp zou moeten komen.

Ik blijf mij toch echt afvragen of u bij uw standpunt blijft met betrekking tot dat onderzoek. Gaat u die klacht niet onderzoeken? (...)

Minister Vincent Van Quickenborne: Het onderzoek, waar mevrouw Partyka naar vraagt, zal zich – ik wil dat voor alle duidelijkheid nog eens herhalen – niet toespitsen op de vraag of het al dan niet koppelverkoop is. Dat zullen we niet onderzoeken. Wel onderzoeken wij al de voorwaarden die vandaag ingeschreven staan in de wet op de handelspraktijken, omdat het een handelspraktijk is. Met andere woorden, is de consument voldoende ingelicht? Is er voldoende transparantie? Al die elementen worden in die handelspraktijk onderzocht. We zullen ook van de economische inspectie horen wat haar bevindingen op dat punt zijn.

Een laatste punt gaat er over dat ik al zo lang minister ben en dat ik dat al lang opgelost had moeten hebben. Eerlijk gezegd, ik moet rechtzetten wat er in het verleden verkeerd gebeurd is. Om daarover zeker te kunnen zijn, hebben we moeten wachten tot 23 april. Stel u nu eens voor dat ik de wetgeving had veranderd, zowat twee weken voor het arrest, en dat het arrest anders was uitgevallen. Jongens, dan hadden we nog eens wat meegemaakt in het Parlement. Onbehoorlijke wetgeving! Welnu, u begrijpt toch dat ik in die omstandigheden niet anders kon dan het arrest afwachten. In het verleden zijn er dingen gebeurd waarover betwisting bestond. Verschillende ondernemersorganisaties, zoals Fedis, VBO, hebben gezegd dat die richtlijn niet volledig en correct was omgezet. Het Europees Hof heeft dat nu vastgesteld, en nu zullen wij ons daarnaar moeten schikken.

Katrien Partyka: Mijnheer de minister, er komt dus wel een onderzoek naar de klacht?

Vincent Van Quickenborne: Met de aspecten zoals ik u gezegd heb.

Katrien Partyka: Uw verklaringen in de pers zijn dan eigenlijk niet correct geweest.

Vincent Van Quickenborne: Neen, dat is niet waar.

Katrien Partyka: Uw verklaringen zijn dan bewust misleidend geweest, want u hebt gezegd dat er geen onderzoek komt naar de klachten op koppelverkoop, maar u wist goed genoeg dat er misschien wel een onderzoek zou komen naar de andere aspecten van oneerlijke handelspraktijken.

Vincent Van Quickenborne: Dat heb ik zo ook gezegd.

Katrien Partyka: Neen, dat hebt u niet zo gezegd.

Vincent Van Quickenborne: Komaan! Op het punt van de koppelverkoop komt er geen onderzoek. Op het punt van de aspecten van de handelspraktijken komt er natuurlijk wel een onderzoek. Altijd.

 Bron: integraal verslag van de Kamercommissie Bedrijfsleven, 24 juni 2009.

 

 

Wetsvoorstellen

Vooral inzake energie, verzekeringen en consumentenzaken probleer ik via wetsvoorstellen mee de bestaande regelgeving te verbeteren, klik hier voor het overzicht op de site van de Kamer.

Vragen en tussenkomsten in het parlement

In de Kamer van volksvertegenwoordigers ben ik lid van de Commissie Bedrijfsleven, waar vooral wetgeving inzake energie, verzekeringen en consumentenbescherming aan bod komen.  De vragen over verzekeringen worden behandeld in de Commissie Financiën.  Om meer te weten over mijn mondelinge vragen in de Kamercommissies, klik hier voor het overzicht op de website van de Kamer.

Voor een overzicht van mijn tussenkomsten in de plenaire vergadering van de Kamer van volksvertegenwoordigers, klik hier voor het overzicht op de website van de Kamer.

Voor de schriftelijke vragen die ik stelde vind je hier het overzicht.

 
Laatst aangepast op donderdag, 21 januari 2010 15:27